Het artikel is oorspronkelijk verschenen in
Van Gorp, K. (2005). Wie is er bang voor meertaligheid? (Grof geschud). Vonk 35, 1, 43-45.
Het is herdrukt als
Van Gorp, K. (2011). Wie is er bang voor meertaligheid? (Grof geschud). Vonk 40, 5, 407-409.
Koen Van Gorp is coördinator voorschools, basis- en secundair onderwijs bij het Centrum voor Taal en Onderwijs (K.U.Leuven)
Neem ook een kijkje op:
Artikel:
Een goed half jaar geleden, op een conferentie rond gelijke onderwijskansen, werd een serieuze lans gebroken voor meertalig onderwijs. De deelnemers aan de workshop basisonderwijs vonden dat het beleid eindelijk actie moest ondernemen en vooral de eigen taal van de allochtone kinderen moest inzetten in de eerste jaren van de lagere school. Dit zou het leren van het Nederlands aanzienlijk vergemakkelijken en zou er bovendien ook voor zorgen dat de ontwikkeling van de eigen taal niet stilvalt. Het enthousiasme voor deze vorm van meertalig onderwijs stak sterk af tegenover het pessimisme dat zowel allochtone als autochtone deelnemers vertoonden tegenover de competentie van de kinderen in zowel het Nederlands als de eigen taal. De negatieve geluiden op deze conferentie over de taalcompetenties van allochtone kinderen verrasten en troffen me. Vallen allochtone kinderen inderdaad tussen twee talen? Hebben we hier te maken met kinderen en toekomstige volwassenen die voorbestemd zijn om als gemankeerde taalleerders door het leven te gaan? Of leggen we de lat niet extreem hoog, en verliezen we het enorme taalkapitaal dat deze kinderen al op vroege leeftijd bezitten uit het oog? Verder lezen...